Hoe de Economy Class ontstond

In de beginjaren van de luchtvaart was een stoel in een vliegtuig een stoel. Er was geen klassenindeling. In 1952 veranderde dit toen KLM de toeristenklasse introduceerde en in 1958 werd de klasse ingevoerd waar de meeste passagiers tegenwoordig ook in reizen: de Economy Class. Wat voor product was dit toen en waarom werd het ingevoerd?

Tourist class 1952_logo

Voorloper: de tourist class

De naoorlogse periode was er een van wederopbouw. Begin jaren vijftig was deze goed op stoom en ontstond er ook behoefte aan meer mobiliteit. Maar vliegen was duur en tegelijkertijd werden de toestellen groter. En dus werd vliegen door bij IATA aangesloten airlines voor een grotere groep aantrekkelijk gemaakt. De tarieven lagen fors lager, want voor een ticket in deze nieuwe klasse betaalde men maar liefst 30 procent minder. De service was echter ook eenvoudiger. De tourist class was geboren en werd ingevoerd op de Noord-Atlantische route.

Thee, koffie, kauwgom en een snoepje waren gratis, maar voorafgaand en tijdens tussenlandingen moest men zelf voor eten zorgen. Tegen betaling waren er in het vliegtuig wel ontbijt- en lunchboxen te krijgen. De inhoud van de lunchbox was bijvoorbeeld een gevuld ei of gevulde tomaat of ham en asperges. Verder koud vlees, een Italiaanse salade, brood en fruit. Sterke drank werd niet geschonken. Bagage was gratis tot 20 kilo in plaats van 30.

De toeristenklasse was een groot succes, want de vraag explodeerde. In 1951 reisden 340.000 passagiers op de Noord-Atlantische route, in 1954 waren dat er 580.000 en drie jaar later zelfs een miljoen. Daarvan reisden er 770.000 in de tourist class. De nieuwe klasse legde ook KLM geen windeieren en de passagier voer er wel bij. Het aantal verkochte tickets groeide er met maar liefst 67 procent in het eerste jaar. Al snel werd ook op andere routes de tourist class ingevoerd.

Eerste vlucht tourist class_logo

Een stapje verder

Het ontstaan van de Economy Class heeft eenzelfde oorsprong als die van de tourist class, namelijk het aantrekken van nieuwe groepen passagiers met opnieuw een tariefsverlaging. De reden was de komst van het straalvliegtuig waarmee door aanzienlijk kortere reistijden en hogere frequenties een fors grotere capaciteit zou ontstaan. De invoering ervan werd opnieuw geïnitieerd en vervolgens scherp gecontroleerd door IATA. En dat zorgde voor een zekere wrijving.

De Wolkenridder van 27 maart 1958 noemde de Economy Class een “veelbelovend zorgenkind”. Veelbelovend omdat de branche veel verwachtte van de toeloop van passagiers. Een zorgenkind, omdat er veel spelregels waren voor het product dat wereldwijd aan specifieke regels moest voldoen. En dat maakte concurreren er niet eenvoudiger op. Het grote dilemma was: hoe houden we de service op het niveau dat KLM voorstond en hoe voldoen we aan de andere kant aan de voorschriften van IATA?

Maaltijd Economy 1958_logo

Wat is een eenvoudige boterham?

Het was een kwestie van het opzoeken van grenzen en dat wat niet uitputtend was voorgeschreven te benutten om in uit te blinken. KLM koos voor een bepaald soort stoel die maximaal comfort bood, zelf zo min mogelijk plaats innam, waardoor de passagier zo veel mogelijk beenruimte kreeg. Wat betreft de catering omschreef IATA het niveau als volgt: deze service moest eenvoudig en niet kostbaar zijn. Ja, daar kun je aardig wat kanten mee uit en dus zorgen de koks van KLM voor “zeer smakelijke sandwichmaaltijden die oog en tong van onze passagiers zullen strelen.”

In de economy mocht niets worden verkocht, geen kranten en tijdschriften en ook geen sigaretten of drank. Koffie, thee, melk en mineraalwater waren gratis. Dan was er nog het ruimteprobleem. Er waren geen garderobes aan boord, dus de jassen en hoeden moesten ook nog in de bagagerekken. Dat zou dus proppen worden. Vanwege het grotere aantal passagiers moest de hoeveelheid handbagage dus tot het minimum worden beperkt. De maximale afmetingen waren 50x30x15 cm.

Economy 1958 service_logo

De persoonlijke verhouding

KLM zag zich in 1958 gesteld voor twee belangrijke zaken die aandacht vroegen. Ten eerste was dit goede voorlichting aan passagiers over wat wel en wat niet mogelijk was. Dit om teleurstelling of ingewikkelde situaties bij het instappen te voorkomen. Ten tweede: de persoonlijke verhouding zoals dat genoemd werd, want met een wereldwijd standaardproduct viel weinig te concurreren. En dat terwijl een passagier op de Noord-Atlantische route enkele reis toch nog 1.000 gulden voor een ticket betaalde, omgerekend naar nu een slordige 3.000 euro.

Volgens de Wolkenridder was daarom de belangrijkste manier om merkvoorkeur te kweken: “Elk contact dat de passagier of toekomstig passagier met onze maatschappij heeft, moet zo prettig mogelijk zijn. (…) Een passagier die van begin tot eind met voorkomendheid en persoonlijke warmte is behandeld, zal altijd als eindoordeel hebben: een plezierige reis met een prettige betrouwbare maatschappij. Dat eindoordeel (…) is bepalend voor de toekomst van KLM. En dus voor de uwe.”

Het aantal reizigers in de beide vervoersklassen van alle deelnemende airlines steeg na 1 april 1958 met 27 procent in drie maanden tot 265.000. Driekwart van hen reisde Economy Class. Een uitbreiding van economy-capaciteit volgde. Het streven om de luchtvaart voor een groter publiek bereikbaar te maken was voor dat moment dus meer dan geslaagd.

Deelnemen aan het gesprek Opmerkingen weergeven